Co Bisoprolol 10/25 Teva Comp 100
Op voorschrift
Geneesmiddel

Co Bisoprolol 10/25 Teva Comp 100

  € 17,53

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,11 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,47 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik De behandeling met bisoprolol mag niet abrupt worden stopgezet, tenzij duidelijk geïndiceerd, omdat een abrupte stopzetting van bisoprolol kan leiden tot een acute verslechtering van de toestand van de patiënt, in het bijzonder bij patiënten met ischemisch hartlijden.(zie rubriek 4.2) Vooral in de volgende gevallen is zorgvuldige medische controle nodig: - hartfalen (bij patiënten met stabiel chronisch hartfalen moet de behandeling begonnen worden met alleen bisoprolol volgens de aanbevolen dosis titratie fase) - bronchospasmen (astma bronchiale, obstructieve luchtwegaandoeningen) - algemene anesthesie: bij patiënten die algemene anesthesie ondergaan, vermindert bètablokkade de incidentie van aritmie en myocardiale ischemie tijdens inductie en intubatie en de postoperatieve periode. Het wordt tegenwoordig aanbevolen het onderhoud van de bètablokkade perioperatief voort te zetten. De anesthesist moet zich bewust zijn van de bètablokkade, aangezien interacties met andere geneesmiddelen mogelijk zijn, met als gevolg bradyaritmieen, verzwakking van de reflextachycardie en een verminderd reflexvermogen om bloedverlies te compenseren. Indien het noodzakelijk wordt geacht om de behandeling met de bètablokker stop te zetten voor de chirurgische ingreep, moet dit geleidelijk gebeuren en ongeveer 48 uur voor de anesthesie voltooid zijn. - diabetes mellitus met sterke fluctuaties in bloedsuikerwaarden; de symptomen van hypoglykemie kunnen gemaskeerd worden - streng vasten - lopende desensitisatietherapie: net als andere bètablokkers, kan bisoprolol zowel de gevoeligheid voor allergenen als de ernst van anafylactische reacties verhogen. Dit is ook van toepassing op een desensitisatietherapie. Een behandeling met adrenaline kan niet steeds het verwachte therapeutische effect opleveren. - eerstegraads AV-blok - Prinzmetal-angina - perifere vasculaire aandoeningen (vooral aan het begin van de behandeling kunnen de klachten verergeren) - hypovolemie - leverfunctiestoornis Bij astma bronchiale of andere chronische obstructieve longaandoeningen die klachten kunnen veroorzaken dienen tevens bronchusverwijdende middelen gegeven te worden. Bij sommige astmapatiënten kan de weerstand in de luchtwegen verhoogd worden, en daarom moet de dosis van de β2-sympathicomimetica mogelijk verhoogd worden. Acute respiratoire toxiciteit Er zijn zeer zeldzame ernstige gevallen van acute respiratoire toxiciteit, waaronder 'acute respiratory distress'-syndroom (ARDS), gemeld na inname van hydrochloorthiazide. Longoedeem ontwikkelt zich doorgaans binnen minuten tot uren na inname van hydrochloorthiazide. Bij aanvang omvatten de symptomen dyspneu, koorts, verslechtering van de longfunctie en hypotensie. Als de diagnose ARDS wordt vermoed, dient de behandeling met CO-BISOPROLOL TEVA te worden gestaakt en een passende behandeling te worden gegeven. Hydrochloorthiazide mag niet worden toegediend aan patiënten bij wie eerder ARDS optrad na inname van hydrochloorthiazide. De hydrochloorthiazidecomponent kan na continue langdurige behandeling van CO-BISOPROLOL TEVA leiden tot verstoring van de elektrolieten- en vochtbalans, met name hypokaliëmie en hyponatriëmie, evenals hypomagnesiëmie, hypochloremie en hypercalciëmie. Hypokaliëmie bevordert de ontwikkeling van ernstige aritmie, en kan bij sommigen leiden tot letale torsade de points. Metabole alkalose kan verergeren als gevolg van een verstoorde vocht- en elektrolietenbalans. Men kan alleen volledig baat hebben bij thiazidediuretica als de nierfunctie normaal of bijna normaal is (serumcreatininespiegels lager dan 220 μmol/l bij volwassenen). De voorbijgaande vermindering van nierfunctie is niet relevant bij patiënten met een normale nierfunctie, maar kan een reeds bestaande nierinsufficiëntie wel verergeren. Bij ouderen moet men alle contra-indicaties strikt naleven. Oudere patiënten moeten beginnen met een lage dosering en zorgvuldig gecontroleerd worden. Bij patiënten met hyperurikemie kan de kans op jichtaanvallen verhoogd zijn. De dosering dient aangepast te worden op basis van de urinezuurconcentraties in het plasma. Patiënten met psoriasis of een voorgeschiedenis van psoriasis mogen alleen bètablokkers (zoals bisoprolol) gebruiken na zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen. Bij patiënten met feochromocytoom mogen bètablokkers (zoals bisoprolol) pas worden toegediend na alfareceptorblokkade. Behandeling met bètablokkers (zoals bisoprolol) kan de symptomen van thyrotoxicose maskeren. Choroïdale effusie, acute myopie en secundair nauwe-kamerhoekglaucoom: Sulfonamide- of sulfonamidederivaten kunnen een idiosyncratische reactie veroorzaken die leidt tot choroïdale effusie met gezichtsvelddefect, voorbijgaande myopie en acuut nauwe-kamerhoekglaucoom. Symptomen zijn onder meer een acute vermindering van de gezichtsscherpte of acute oogpijn en treden typisch op binnen enkele uren tot weken na de start van de behandeling. Een onbehandeld acuut gesloten�hoekglaucoom kan leiden tot permanent gezichtsverlies. De primaire behandeling is het hydrochloorthiazide zo snel mogelijk stopzetten. Als de oogdruk niet onder controle komt, moet meteen een medische of chirurgische behandeling worden overwogen. Risicofactoren voor het ontwikkelen van een acuut gesloten-hoekglaucoom zijn onder meer een voorgeschiedenis van allergie voor sulfonamiden of penicilline. Als er fotosensibiliteitsreacties optreden, wordt het aanbevolen om de blootgestelde zones te beschermen tegen de zon of kunstmatig UVA licht. In ernstige gevallen kan het noodzakelijk zijn om de behandeling te stoppen. Niet-melanome huidkanker Er is een verhoogd risico op niet-melanome huidkanker (NMSC) [basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (SCC)] bij blootstelling aan een toenemende cumulatieve dosis hydrochloorthiazide (HCTZ) waargenomen bij twee epidemiologische onderzoeken op basis van het Deense Nationaal Kankerregister. De fotosensibiliserende werking van HCTZ zou kunnen werken als een mogelijk mechanisme voor NMSC. Patiënten die HCTZ innemen moeten worden geïnformeerd over het risico op NMSC en moet worden geadviseerd hun huid regelmatig te controleren op nieuwe laesies en verdachte huidlaesies onmiddellijk te melden. Er dienen mogelijke preventieve maatregelen zoals beperkte blootstelling aan zonlicht en uv- stralen en, in het geval van blootstelling, afdoende bescherming aan de patiënten te worden aanbevolen om het risico op huidkanker tot een minimum te beperken. Verdachte huidlaesies moeten onmiddellijk worden onderzocht, mogelijk met inbegrip van histologisch onderzoek van biopsieën. Het gebruik van HCTZ bij patiënten die eerder NMSC hebben gehad moet mogelijk ook worden heroverwogen (zie ook rubriek 4.8). Acute cholecystitis is gemeld bij patiënten met cholelithiase. Wedstrijd atleten moeten weten dat dit geneesmiddel een stof bevat die een positieve uitslag kan geven bij dopingonderzoek. Bisoprolol kan de traansecretie verminderen. Dragers van contactlenzen dienen hiervoor gewaarschuwd te worden. Opmerking Tijdens langdurige behandeling met CO-BISOPROLOL TEVA moeten de serumelektrolieten (vooral kalium, natrium en calcium), creatinine en ureum, serumlipiden (cholesterol en triglyceriden), urinezuur en bloedsuiker regelmatig gecontroleerd worden. Tijdens behandeling met CO-BISOPROLOL TEVA moeten patiënten ervoor zorgen dat ze voldoende drinken en, vanwege een verhoogd kaliumverlies, voedsel eten dat veel kalium bevat (bv. bananen, groenten, noten). Het kaliumverlies kan verminderd of voorkomen worden door gelijktijdige behandeling met kaliumsparende diuretica.

Dit geneesmiddel bevat een selectieve bètablokker (bisoprolol) en een thiazide diureticum (geneesmiddel om water uit uw lichaam te verwijderen) (hydrochloorthiazide). Het wordt gebruikt voor de behandeling van een hoge bloeddruk (primaire hypertensie) bij volwassen patiënten wier bloeddruk onvoldoende onder controle kan worden gehouden met bisoprolol of met hydrochloorthiazide alleen.

De werkzame stoffen in dit geneesmiddel zijn bisoprolol hemifumaraat en hydrochloorthiazide. ,

  • Elke tablet bevat 5 mg bisoprolol hemifumaraat en 12,5 mg hydrochloorthiazide.
  • Elke tablet bevat 10 mg bisoprolol hemifumaraat en 25 mg hydrochloorthiazide.

De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn:

  • Tabletkern: maïs zetmeel, microkristallijne cellulose, anhydrisch colloïdaal silica, calciumwaterstoffosfaat, magnesiumstearaat,
  • Filmomhulling: hypromellose, polysorbaat 80, macrogol 400, briljantblauw FCF aluminium (E133), chinolinegeel aluminium lak (E104) en titaandioxide (E171). [5 mg/12,5 mg]: indigokarmijn aluminium lak (E132).

Algemene informatie: Er moet rekening mee worden gehouden, dat bepaalde geneesmiddelen beïnvloed kunnen worden door verlaagde kaliumspiegels. Combinaties die gecontra-indiceerd zijn: Floctafenine: bij door floctafenine veroorzaakte shock of hypotensie verminderen bètablokkers de cardiovasculaire compensatiemechanismen (zie rubriek 4.3). Sultopride: verhoogd risico op ventriculaire aritmieën, vooral torsade de points (zie rubriek 4.3). Combinaties die afgeraden worden: Calciumantagonisten van het type verapamil en, van het type diltiazem: negatieve beïnvloeding van de contractiliteit en de atrioventriculaire geleiding. Intraveneuze toediening van verapamil bij patiënten die bètablokkers gebruiken kan leiden tot ernstige hypotensie en atrioventriculair blok. Centraal werkende antihypertensiva (bijv. clonidine): Het gelijktijdig gebruik van centraal werkende antihypertensiva kan leiden tot een verdere daling van de hartfrequentie en het hartdebiet en tot vasodilatatie. Abrupte stopzetting kan het risico op 'rebound hypertensie' verhogen. Monoamino-oxidaseremmers (behalve MAO-B-remmers): versterking van het antihypertensieve effect van bètablokkers en kans op hypertensieve crisis. Lithium: CO-BISOPROLOL TEVA kan de cardiotoxische en neurotoxische effecten van lithium versterken doordat de excretie van lithium verminderd wordt. Combinaties die met voorzichtigheid moeten worden gebruikt Calciumantagonisten van het type dihydropyridine (bv. nifedipine): verhoogde kans op hypotensie, vooral aan het begin van de behandeling. Gelijktijdige behandeling met bètablokkers kan leiden tot hartfalen bij patiënten met latent hartfalen. Gelijktijdig gebruik met andere antihypertensiva of met andere geneesmiddelen met een bloeddrukverlagend vermogen kan het risico op hypotensie verhogen. ACE-remmers, angiotensine-II-receptorantagonisten: Risico op sterke bloeddrukdaling en/of acuut nierfalen tijdens het instellen van de behandeling met de ACE-remmer bij patiënten met een vooraf bestaande natriumdepletie (in het bijzonder bij patiënten met nierarteriestenose). Als een vroegere behandeling met een diureticum heeft geleid tot natriumtekort, moet het diureticum 3 dagen voor het begin van de behandeling met de ACE-remmer worden stopgezet, of moet de behandeling met de ACE-remmer worden gestart met een lage dosering. Klasse I anti-aritmica (bv. disopyramide, kinidine): het effect op de atrioventriculaire geleidingstijd en het negatief inotrope effect kunnen versterkt worden. Klasse III anti-aritmica (bv. amiodarone): het effect op de atrioventriculaire geleidingstijd kan versterkt worden. Bepaalde anti-aritmica kunnen torsade de pointes veroorzaken: klasse IA middelen (kinidine, disopyramide), amiodarone en sotalol. Hypokaliëmie kan het optreden van torsades de pointes bevorderen en bijgevolg dient hypokaliëmie dient vermeden te worden, en zo nodig gecorrigeerd. Het QT-interval dient gecontroleerd te worden. In geval van torsade de pointes mogen geen anti-aritmica worden toegediend (pacemaker therapie). Niet-antiaritmica die torsades de pointes kunnen induceren: astemizol, erythromycine i.v., halofantrine, pentamidine, sparfloxacine, terfenadine en vincamine. In gevallen van hypokaliëmie (die het optreden van torsades de pointes kan bevorderen), moeten geneesmiddelen gebruikt worden die geen torades de pointes induceren. Parasympathomimetica (inclusief tacrine): mogelijke verlenging van de AV-geleidingstijd en risico op bradycardie. Reserpine, α-methyldopa of guanfacine kunnen leiden tot zeer sterke daling van de bloeddruk en hartfrequentie of tot vertraagde geleiding. Topische bètablokkers (bijv. oogdruppels voor de behandeling van glaucoom) kunnen de systemische effecten van bisoprolol versterken. Insuline en orale antidiabetica: versterking van het glucoseverlagende effect. Blokkering van bèta�adrenoreceptoren kan de symptomen van hypoglykemie maskeren. Anesthetica: vermindering van reflextachycardie en verhoogde kans op hypotensie. Een voortdurende bètablokkade vermindert de kans op aritmie tijdens de inleiding van de anesthesie en intubatie. De anesthesist dient op de hoogte te worden gesteld van de behandeling met bètablokkers (bv. bisoprolol). Digitalisglycosiden: verlenging van de atrioventriculaire geleidingstijd, vertraging van de hartfrequentie. Als hypokaliëmie en/of hypomagnesiëmie ontstaat tijdens de behandeling met CO-BISOPROLOL TEVA kan het myocard gevoeliger zijn voor hartglycosiden en hun effecten. Daardoor kunnen de bijwerkingen versterkt worden. Prostaglandinesynthetaseremmers: verminderde bloeddrukverlagende werking. Bij toediening in hoge doseringen kunnen de toxische effecten van salicylaten op het CZS versterkt worden. Niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAIDs): NSAIDs kunnen het hypotensieve effect verminderen. Bovendien kan het gelijktijdig gebruik van niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen bij patiënten die hypovolemie ontwikkelen kan leiden tot acuut nierfalen. Ergotaminederivaten: verhoogde kans op verstoring van de perifere bloedcirculatie. Beta-sympathomimetics: Combination with bisoprolol may reduce the effect of both agents Bèta-sympathicomimetica: De combinatie met bisoprolol kan het effect van beide middelen verminderen. Sympathicomimetica die zowel de bèta- als alfa-adrenoceptoren activeren: De combinatie met bisoprolol kan leiden tot bloeddrukstijging. Dergelijke interacties worden waarschijnlijker geacht bij gebruik van niet-selectieve bètablokkers. Hogere dosissen adrenaline kunnen nodig zijn. Tricyclische antidepressiva, barbituraten, fenothiazine: versterkte bloeddrukverlagende werking. Rifampicine: lichte verkorting van de halfwaardetijd van bisoprolol, mogelijk als gevolg van inductie van metaboliserende leverenzymen. Dosisaanpassing is meestal niet nodig. De effecten van urinezuurverlagende middelen kunnen verminderd zijn bij gelijktijdige toediening van CO-BISOPROLOL TEVA. Kaliumverliezende producten (zoals furosemide, laxativa, amfotericine B, carbenoxolon) kunnen leiden tot een toegenomen kaliumverlies. Het effect van spierverslappende middelen van het curare-type kan versterkt of verlengd worden als deze tegelijk met CO-BISOPROLOL TEVA worden gebruikt. Cytostatica (bv. cyclofosfamide, fluorouracil, methotrexaat): het is te verwachten dat verhoogde beenmergtoxiciteit optreedt. Cholestyramine, colestipol: vermindering van de absorptie van de hydrochloorthiazidecomponent van CO-BISOPROLOL TEVA. Methyldopa: er zijn enkele gevallen van hemolyse gemeld als gevolg van de vorming van antilichamen tegen hydrochloorthiazide. Combinaties waarmee rekening moet worden gehouden: Mefloquine: verhoogde kans op bradycardie. Glucocorticoïden en ACTH: verminderd antihypertensief effect. Het effect van bisoprolol/hydrochloorthiazide kan versterkt worden door cimetidine.

4.8 Bijwerkingen Lijst van bijwerkingen: Zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1000 tot <1/100), zelden (≥1/10.000 tot <1/1000), zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan niet worden bepaald met de beschikbare gegevens). Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) Niet bekend: niet-melanome huidkanker (basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom). Bloed- en lymfestelselaandoeningen Zelden: leukopenie, trombocytopenie. Zeer zelden: agranulocytose. Voedings- en stofwisselingsstoornissen Vaak: hyperglykemie en hyperurikemie, verstoring van de vocht- en elektrolietenbalans (vooral hypokaliëmie en hyponatriëmie, maar ook hypomagnesiëmie, hypochloremie en hypercalciëmie), metabole acidose. Soms verlies van eetlust. Zeer zelden metabole alkalose. Psychische stoornissen Soms: depressie, slaapstoornissen. Zelden: nachtmerries, hallucinaties. Zenuwstelselaandoeningen Vaak: duizeligheid*, hoofdpijn.* Oogaandoeningen Zelden: verminderde hoeveelheid traanvocht (belangrijk als de patiënt contactlenzen draagt), visusstoornissen. Zeer zelden: conjunctivitis. Niet bekend: choroïdale effusie, acute myopie, acuut geslotenkamerhoekglaucoom. Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Zelden: gehoorstoornissen. Hartaandoeningen Soms: bradycardie, verstoorde AV-geleiding, verslechtering van hartfalen. Bloedvataandoeningen Vaak: een koud of doof gevoel in de extremiteiten. Soms: orthostatische hypotensie. Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Soms: bronchospasmen bij patiënten met astma bronchiale of een voorgeschiedenis van COPD. Zelden: allergische rhinitis. Zeer zelden: 'Acute respiratory distress'-syndroom (ARDS) (zie rubriek 4.4). Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: misselijkheid, braken, diarree, constipatie. Soms: buikpijn, pancreatitis. Lever- en galaandoeningen Zelden: hepatitis, geelzucht. Huid- en onderhuidaandoeningen Zelden: overgevoeligheidsreacties (pruritus, flush, rash, fotosensibiliteit, purpura, urticaria). Zeer zelden: bètablokkers kunnen psoriasis uitlokken of verergeren, of een op psoriasis lijkende huiduitslag, alopecia of cutane lupus erythematosus veroorzaken. Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Soms: spierzwakte en spierkramp. Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Zelden: impotentie. Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vaak: vermoeidheid.* Soms: asthenie. Zeer zelden: pijn op de borst. Onderzoeken: Vaak: verhoogde triglyceriden en cholesterol spiegels, glucosurie. Soms: verhoging van amylase, reversibele verhoging van de serumcreatinine- en ureumspiegel. Zelden: verhoging van leverenzymen (ASAT, ALAT). * Deze symptomen treden vooral op aan het begin van de behandeling. Ze zijn gewoonlijk mild en verdwijnen meestal binnen 1 tot 2 weken. Opmerking: Klinische symptomen van hypokaliëmie: vermoeidheid, uitputting, spierzwakte, paresthesieën, parese, apathie, adynamie van de gladde spieren gepaard gaande met constipatie, meteorisme of hartritmestoornissen, paralytische ileus, verminderd bewustzijn, coma en veranderingen in het ECG. In de volgende gevallen moet de behandeling gestaakt worden: - therapieresistente verstoring van het elektrolietenevenwicht - orthostatische disregulatie - overgevoeligheidsreacties - uitgesproken maagdarmklachten - stoornissen van het CZS - pancreatitis - veranderd bloedbeeld (anemie, leukopenie, trombocytopenie) - acute cholecystitis - vasculitis - verergering van reeds bestaande bijziendheid - serumcreatininespiegel hoger dan 159 micromol/l of creatinineklaring ≤ 30 ml/min. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Niet-melanome huidkanker: Op basis van beschikbare gegevens van epidemiologische onderzoeken werd een cumulatief dosisafhankelijk verband tussen HCTZ en NMSC waargenomen (zie ook rubriek 4.4 en 5.1). Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen in België te melden via het Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten - Afdeling Vigilantie - Postbus 97, 1000 BRUSSEL Madou - Website: www.eenbijwerkingmelden.be - e�mail: adr@fagg.be.

Wanneer mag u dit middel NIET gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel of voor andere thiaziden of sulfonamiden. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
  • Bij acuut hartfalen of als reeds bestaand hartfalen verergert (decompensatie), waardoor u intraveneus behandeld moet worden met geneesmiddelen die de hartwerking versterken.
  • Bij shock als gevolg van stoornissen van de hartfunctie (cardiogene shock).
  • Als u ernstige hartritmestoornissen hebt (2e- en 3e-graads AV-blok zonder pacemaker, sicksinussyndroom, sinoatriaal blok).
  • Als u voor aanvang van de behandeling een zeer langzame hartslag hebt (minder dan 60 slagen per minuut).
  • Als u vatbaar bent voor ernstig bronchiaal astma of chronische obstructieve luchtwegaandoeningen.
  • Als u ernstige problemen met de bloedsomloop hebt (syndroom van Raynaud, waardoor uw
    vingers en tenen gaan tintelen of bleek of blauw worden).
  • Als u een bijniermergtumor heeft (feochromocytoom) die niet behandeld wordt.
  • Als uw bloed extreem zuur is (metabole acidose).
  • Als u een ernstige nierfunctiestoornis (nierfalen) hebt en weinig of geen urine produceert (creatinineklaring minder dan of gelijk aan 30 ml/minuut of serumcreatinine hoger dan 159 micromol/l).
  • Als u een acute nierontsteking hebt (glomerulonefritis).
  • Als u een verminderd bewustzijn hebt als gevolg van een ernstige leveraandoening (hepatisch coma/precoma).
  • Als u een kaliumtekort hebt (hypokaliëmie) die niet op behandeling reageert.
  • Als u een ernstig natriumtekort hebt (hyponatriëmie).
  • Als u een verhoogde hoeveelheid calcium in het serum hebt (hypercalciëmie).
  • Als u lijdt aan jicht.
  • Als u floctafenine of sultopride gebruikt

Zwangerschap Bisoprolol Bisoprolol heeft farmacologische effecten die schadelijke effecten kunnen veroorzaken op de zwangerschap en/of de foetus/pasgeborene. In het algemeen verminderen bèta-adrenerge blokkers de placentaire perfusie, wat in verband werd gebracht met groeiretardatie, intra-uteriene sterfte, abortus of vroegtijdige weeën. Er kunnen ongewenste effecten (bijv. hypoglycemie en bradycardie) optreden bij de foetus en het pasgeboren kind. Als een behandeling met bèta-adrenerge blokkers nodig is, verdienen bèta-1 selectieve adrenoceptorblokkers de voorkeur. Hydrochloorthiazide Er is beperkte ervaring met hydrochloorthiazide tijdens de zwangerschap, in het bijzonder tijdens het eerste trimester. Dierstudies zijn onvoldoende. Hydrochloorthiazide passeert de placenta. Op basis van het farmacologische werkingsmechanisme van hydrochloorthiazide kan zijn gebruik tijdens het tweede en derde trimester de fœto-placentaire perfusie in gevaar brengen en fœtale en neonatale effecten veroorzaken zoals icterus, verstoring van het elektrolytenevenwicht en trombocytopenie. Hydrochloorthiazide mag niet gebruikt worden bij zwangerschapsoedeem, zwangerschapshypertensie of pre-eclampsie omwille van het risico op een verminderd plasmavolume en placentaire hypoperfusie, zonder een gunstig effect op het verloop van de aandoening. Hydrochloorthiazide mag niet gebruikt worden voor essentiële hypertensie bij zwangere vrouwen, behalve in zeldzame situaties waarin geen andere behandeling kan gebruikt worden. Borstvoeding Co-Bisoprolol Teva is niet aanbevolen bij vrouwen die borstvoeding geven. Hydrochloorthiazide kan de melkproductie remmen.

Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

CNK 2520625
Organisaties Arega Pharma NV, Teva Belgium
Merken Teva
Breedte 71 mm
Lengte 144 mm
Diepte 63 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Actieve ingrediënten bisoprolol fumaraat, hydrochloorthiazide
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)